Terug naar de homepage

 







Verwijzingen naar diverse relevante websites.






Volg ons op Twitter Volg ons op Hyves

Instrumentaria: de altviool

18 april 2009

De altviool is een gestreken snaarinstrument (strijkinstrument), wat betekent dat het instrument met behulp van een strijkstok bespeelt wordt. Voorbeelden van andere strijkinstrumenten zijn de viool, cello en contrabas.

De altviool lijkt veel op de viool, alleen is alles iets groter. Waar de klankkast van een viool zowat 35 centimeter lang is, heeft de klankkast van de altviool - die tot op heden geen standaardafmetingen heeft - een lengte van 37,5 cm tot 44 cm. Daardoor is de klank ook lager en donkerder. Het instrument is een reine kwint (5 hele tonen) lager gestemd dan de viool. De stemming van de snaren is C-G-D-A. De altviool zit qua toonhoogte tussen de viool en cello in.

In een ensemble of orkest heeft de altviool een interessante rol. Soms speelt de altviolist:

  • een ondersteunende stem, om de harmonische opbouw compleet te maken, waarbij ze niet te sterk mag spelen;
  • een basstem, bijvoorbeeld als de cello een melodie speelt; die basstem moet je goed laten horen;
  • een tweede stem tegen de eerste viool of cello aan; ook dan moet de alt goed gehoord worden;
  • een solopassage.

De altviool werd lang overschaduwd door de viool en kon als solo-instrument lange tijd slechts af en toe op de voorgrond treden. In de barok is bijvoorbeeld erg weinig altvioolmuziek geschreven. Er zijn uit die periode enkele concerto’s van onder andere Telemann en Bach (Brandenburgs concert nr. 6). Pas in de klassieke periode begonnen de componisten de karakteristieke klankkleur van de altviool uit te buiten en kreeg dit instrument de plek die het verdient. De latere strijkkwartetten van Haydn en Mozart waren de eerste stukken waarbij de altviool een interessante en vaak ook moeilijke partij moesten spelen.

De altviool wordt verder “ontdekt” in de 19e eeuw (romantiek). Paganini vroeg Berlioz om een altvioolconcert, maar het resultaat, Harold en Italie, is meer een symfonie met een flinke rol voor de altviool. Bruch en Schumann schreven verschillende werken met een solorol voor de altviool, vaak in combinatie met klarinet. De timbres van deze twee instrumenten mengen bijzonder goed. Grote 20e-eeuwse altvioolliteratuur schreven Hindemith, Britten, Reger en Bartók.

Het heeft lang geduurd voordat componisten èn altviolisten de complexe klank van de altviool hebben leren ontdekken. Het instrument kent beperkingen, zoals het bereik (tessituur), die het moeilijk maakt op te tornen tegen een orkest of zelfs tegen een piano, en de afmetingen die, in vergelijking met de viool, hogere technische eisen stellen aan de bespeler. Dat er geen standaardafmetingen bestaan voor de altviool, leidt bovendien tot een veel individuelere klank voor elk instrument: meer alt of meer tenor, meer of minder nasaal, melancholisch, donker of zangerig. Anderzijds biedt die complexe klank met haar wisselende stemmingen veel mogelijkheden, en daar is prachtige muziek uit voortgekomen...

Nelleke van der Sluijs



> Zie ook de andere nieuwsberichten

11-09-Utrecht
25-09-Middelharnis
2-10-Bodegraven
30-10-Noordwijk
13-11-Rhenen
19-11-Zeist
  • Open repetitie
  • Lustrum
  • CKV-concert
  • Barokconcert in Renswoude
  • CD en concerten BZGG
  • Passieconcert
  • In concert met vader en zoon Eilander
  • Lees verder>>>
     
    Ontwerp en techniek: Verrips Digitale Diensten